Prognose leners 2025

26-11-2018

10 jaar consumentenonderzoek


Drie scenario’s als gedachte-experiment

In het artikel Wie is de lener?  is de trend in het leengedrag van de Nederlandse bevolking sinds 2012 in kaart gebracht. In dat artikel hebben we gezien dat de groep Nederlanders die nooit boeken lenen schommelt tussen de 62% en de 65%. Daarnaast zijn leners minder vaak fysieke boeken gaan lenen. Hoe zal het leengedrag van Nederlanders zich in de nabije toekomst ontwikkelen?

Wij schetsen als gedachte-experiment drie scenario’s voor de leenfrequentie van de toekomstige lener en rekenen die door naar aantallen. In het eerste scenario blijft de situatie van 2018 ongewijzigd. In het tweede scenario trekken we de lineaire trend uit het verleden door naar 2025. Het derde scenario gaat uit van het midden tussen scenario’s een en twee.

Onze scenario’s zijn gebaseerd op een regressiemodel dat ontwikkeld is door Frank Huysmans van bureau WareKennis op basis van 10 jaar SMB consumentenonderzoek. Door CBS-prognoses over bevolkingsontwikkeling te koppelen aan de uitkomsten van het model, laten wij zien wat de mogelijke omvang van elke doelgroep is.

De geschetste scenario’s zijn uitdrukkelijk bedoeld als denkoefening, niet als feitelijke conclusies. Het model is ontwikkeld op basis van een beperkte set variabelen en focust alleen op het lenen van boeken. Vanwege die beperking zijn economische, technologische of maatschappelijke ontwikkelingen niet in het model meegenomen. We hebben het hier over het lenen van boeken in het algemeen, zonder onderscheid naar fysieke boeken en e-books.

Scenario 1: een onveranderde situatie

Het eerste scenario gaat uit van een onveranderde situatie: de verdeling tussen frequente,  regelmatige, incidentele en nooit-leners blijft zoals die is in 2018. Dit betekent dat in dit scenario de daling in leenfrequentie niet doorzet en dat het aandeel niet-leners gelijk blijft met 2018 (62%). Mogelijke redenen hiervoor zouden kunnen zijn: maatschappelijke invloeden of succesvolle innovaties in het boekenvak.

In dit scenario blijft de verdeling tussen de verschillende groepen leners hetzelfde, maar de absolute aantallen leners stijgen wel. Dit in verband met de voorspelling van het CBS dat de bevolking zal groeien van 14,8 naar 15 miljoen Nederlanders. In verband met de vergrijzing zal het aantal leners boven de 70 stijgen van 750 duizend naar 810 duizend (+8%).

Scenario 2: doorzettende trends

Op basis van de data over 2012 is een voorspelling voor de nabije toekomst te schatten. De trends die we in de afgelopen zes jaar gezien hebben zetten voort in dit scenario. Dit betekent dat de leenfrequentie verder afneemt. In 2025 zal het aandeel niet-leners 70% zijn: het aantal niet-leners stijgt met 15% van 9,2 naar 10,6 miljoen.

Er vindt dus een negatieve ontwikkeling plaats, maar deze is minder sterk dan in de prognoses voor kopen en lezen. Het aantal niet-kopers stijgt namelijk met maar liefst 60% (+1,7 miljoen) en het aantal niet-lezers is zelfs verdubbeld (van 1,3 miljoen naar 2,6 miljoen).

Ook zal de frequentie van lenen dalen. Het aandeel regelmatige leners zal in 2025 afgenomen zijn van 55% naar 44%. Dit is een daling van ruim een miljoen Nederlanders, terwijl het aantal incidentele leners nagenoeg gelijk blijft.

Tussen 2012 en 2018 hebben we gezien dat het verschil in leenfrequentie tussen mannen en vrouwen kleiner is geworden. In de nabije toekomst zal dit verschil nog kleiner worden. In 2018 leent 41% van de vrouwen en 35% van de mannen, in 2025 zullen deze aandelen gedaald zijn naar respectievelijk 33% en 27%.

In de oudste leeftijdsgroep, de 70-plussers, zien we een flinke afname in het aandeel leners. Het absolute aantal leners neemt namelijk af met 140.000 (17%), terwijl deze groep mensen groeit dankzij de vergrijzing. Het aandeel niet-leners onder de 70-plussers stijgt dus van 67% naar 75%.

Scenario 3: de middenvariant

Het derde scenario is een middenweg tussen de twee hiervoor besproken scenario’s. Het gaat uit van 50% van de voorspelling van scenario 2. Het aantal niet-leners stijgt hier van 9,2 naar 9,9 miljoen. Ook hier daalt het aantal regelmatige leners, met zo’n half miljoen, terwijl het aantal incidentele leners gelijk blijft. Het aandeel daalt van 55% naar 50%.

Ook in scenario 3 wordt het verschil in leenfrequentie tussen mannen en vrouwen kleiner. De aandelen leners zullen in dit scenario 36% voor vrouwen en 31% voor mannen zijn. Het aandeel niet-leners boven de 70 zal stijgen van 67% naar 74%.

Toelichting model voor voorspellingen

Frank Huysmans van WareKennis heeft op ons verzoek een model ontwikkeld dat de kans voorspelt dat iemand de komende jaren boeken zal lenen. Deze techniek houdt in dat geprobeerd wordt om de uitkomstvariabele (het frequent, geregeld, incidenteel of nooit lenen van boeken) te relateren aan de achtergrondkenmerken van de respondenten. Door CBS-prognoses over bevolkingsontwikkeling te koppelen aan de uitkomsten van het model wordt de mogelijke omvang van elke doelgroep duidelijk. Het koppelen geldt niet voor de achtergrondvariabelen ‘regio’ en ‘opleiding’ omdat CBS-prognoses hiervoor ontbreken.

Data

De geanalyseerde data gaan over het lezen van nieuwe boeken inclusief e-books in de periode 2009 – 2018. De leners zijn in vier categorieën verdeeld:

  • Frequente of heavy leners die ten minste een keer per maand een boek lenen;
  • regelmatige of medium leners die een 1 tot 2 keer per jaar een boek lenen;
  • incidentele of light leners die 1 tot 2 keer per jaar of minder vaak lenen;
  • niet-leners, ofwel Nederlanders die aangeven nooit boeken te lenen.

De onderzoeksdata zijn afkomstig van enquêteonderzoeken naar koop-, lees- en leengedrag van Nederlanders (het SMB-consumentenonderzoek). De onderzoeken vinden vier keer per jaar plaats en worden afgenomen in het onderzoekspanel van GfK. Elke steekproef bestaat uit ongeveer 1.200 tot 1.300 respondenten. De onderzoeksresultaten kunnen als representatief worden beschouwd voor Nederlanders van 13 jaar en ouder.

Om veranderingen in de samenstelling van het leenpubliek in de periode 2007 tot en met 2018 te kunnen vaststellen is aan GfK gevraagd om de jaarlijkse enquêtevragen met betrekking tot kopen, lezen en lenen van boeken op een methodologische verantwoorde wijze aan het elkaar te koppelen.1 Om inzicht te krijgen in doelgroepgrootte heeft KVB Boekwerk gegevens over bevolkingsomvang van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gekoppeld aan de onderzoeksresultaten.


1 GfK heeft kleine tekstaanpassingen in vraagstellingen of antwoordcategorieën die door de tijd heen zijn gemaakt methodologisch opgelost zodat de jaarlijkse onderzoeksresultaten vergelijkbaar blijven.

KVB Boekwerk is een initiatief van